In Spanje wordt dinsdag de 13e beschouwd als een ongeluksdag, in tegenstelling tot de meer bekende vrijdag de 13e. Het bijgeloof is eeuwenoud en de oorsprong blijft vaag.
Ook in Griekenland en Zuid-Amerika vermijden mensen deze dag. Op dinsdag 13 oktober zien Spanjaarden de martes trece met argwaan, vergelijkbaar met hoe Nederlanders en Belgen vrijdag de 13e zien: een dag waarop dingen misgaan en grote beslissingen beter te vermijden zijn.
Het exacte waarom van de dinsdag is onbekend. Een bekend gezegde luidt: ‘En martes trece, ni te cases, ni te embarques, ni de tu casa te apartes.’ Mensen die extreem bang zijn voor de dag worden trezidavomartiofobia genoemd.
Verschillende theorieën bestaan, variërend van een middeleeuwse verovering tot Bijbelse verwijzingen. Een veelvoorkomende verklaring wijst op juni 1276, toen de Moren de stad Xàtiva in de regio Valencia veroverden; deze gebeurtenis zou de dinsdag een slechte reputatie hebben bezorgd.
Er is echter geen sluitend bewijs. Het getal dertien zelf speelt ook een rol: bij het Laatste Avondmaal waren er dertien aanwezigen, met Judas als de dertiende.
Spanje is van oudsher een katholiek land, waardoor de symboliek logisch lijkt. Anderen verwijzen naar hoofdstuk 13 van de Openbaring of naar de val van Constantinopel op 29 mei 1453, een dinsdag.
In Italië is vrijdag de 17e de ongeluksdag. In de rest van de wereld blijft vrijdag de 13e de gevreesde dag.
Sommige mensen laten de stoel 13 in vliegtuigen en treinen weg. Veel Spanjaarden nemen het met een nuchtere houding; de 13e verdieping bestaat gewoon in Spanje, terwijl sommige Nederlandse en Belgische gebouwen deze verdieping overslaan.
Ondanks het bijgeloof blijven veel Spanjaarden er nog steeds aan geloven en kiezen ze op een dinsdag de 13e liever niet het huis uit. Traditionele nieuwjaarsgewoonten, zoals het eten van twaalf druiven bij middernacht, dragen ook bij aan de superstitiële sfeer.
Bij het plannen van een huwelijk of reis kan een bijgelovige Spaanse kennis voorstellen om de dag te verschuiven.














