De Mar Menor, de grootste zoutwaterlagune van Europa in de regio Murcia, staat sinds 2022 als rechtspersoon in veertien lopende rechtszaken als slachtoffer. De dossiers, die samen het ‘Topillo’-onderzoek vormen, richten zich tegen boeren, golfbanen en toeristische complexen die illegale ontziltingsinstallaties exploiteren. Volgens het onderzoek hebben 215 illegale installaties tussen 2012 en 2017 13 tot 29 % van het in de lagune terechtkomende water met nitraat en pekel verontreinigd. De nitraatvervuiling leidt tot ongecontroleerde algengroei.
In mei 2023 had de lagune een strafzaak als benadeelde partij in Cartagena, maar de zitting werd kort na de start geschorst omdat een deskundige niet opdook. Het proces is uitgesteld tot september 2027. De Mar Menor kan nu, dankzij de wet van 2022, via vertegenwoordigers of artikel 6 van de wet, namens zichzelf optreden. In 2023 werd nog geen vertegenwoordigerscomité opgezet; een onderzoeksrechter nodigde milieugroepen uit om namens de lagune op te treden, maar het openbaar ministerie had geen aanklacht ingediend.
Een week eerder wees het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg de klacht van de Mar Menor tegen Spanje af. De rechters oordeelden dat de procedurele rechten van de lagune in Spaanse rechtbanken niet geschonden waren. De advocaten van de lagune benadrukten dat de uitspraak de toekomstige rechten van de Mar Menor niet beperkt. De wet werd in 2024 bevestigd door het Spaanse Grondwettelijk Hof, waardoor de lagune nu als slachtoffer kan optreden in alle veertien zaken, vertegenwoordigd door Alianza Mar Menor en andere milieuorganisaties.
Het voorbeeld van de Mar Menor wordt gevolgd door organisaties die dezelfde status voor andere natuurgebieden, zoals Doñana, de Ebrodelta en de Catalaanse rivieren, eisen. Op 13 oktober start een campagne die een miljoen handtekeningen wil verzamelen om natuurorganisaties in heel Europa eigen rechten te geven.














